Fokeisen

Wanneer kan men met een Leonberger gaan fokken?

Er mag met een Leonberger gefokt worden wanneer voldaan wordt aan de regels van het verenigingsfokreglement. (VFR)
Verenigingsfokreglement

Dit houdt in dat de hond in goede conditie is en niet lijdt aan erfelijke afwijkingen en de hond aan de Fokselektiekeuring (FSK) deelneemt en daarvoor slaagt. De Fokselectiekeuring bestaat uit een exterieurkeuring en een gedragstest.

De exterieurkeuring wordt uitgevoerd door een rasspecialist en de gedragstest wordt uitgevoerd door gedragskeurmeesters.
Wanneer alles met goed gevolg is doorlopen ontvangt de eigenaar van de hond een certificaat.

Aan een fokselectiekeuring kunnen maximaal 10 honden deelnemen.
Fokselectiekeuring
Zowel leden als niet leden kunnen meedoen met een keuring.

 

Gezondheidseisen en formele documenten

  • De hond moet in het bezit zijn van een stamboom afgegeven door de Raad van Beheer;
  • Een HD-uitslag door de W.K.Hirschfeld Stichting met als uitslag HD-A (HD -), HD-B (HD tc) of HD-C (±);
  • Een rapport oogonderzoek door een erkend oogspecialist, waarbij vastgesteld is dat de hond vrij is van erfelijke cataract, entropion en ectropion;
    Lijst met erkende oogartsen
  • De hond dient te zijn getest op LPN1, LPN2 en LEMP. De eigenaar dient hiertoe een officieel attest van de onderzoekende instantie(s) te overleggen.
  • Een volledig schaar- (of tang-)gebit hebben, M3 mag ontbreken;
  • Niet monorchide of cryptorchide zijn.

Exterieureisen

De Leonberger moet voldoen aan de standaard van de Leonbergse hond.
Rasstandaard Leonberger
Kort samengevat luiden ze:

  •  Hoogte; minimale hoogte reu 72 cm, teef 65 cm;
  •  Kleur: van leeuwengeel tot roodbruin;
  •  Voldoende massa, botwerk en bespiering hebben;
  •  Vacht van een goede structuur, liefst lang, reuen met een halskraag;
  •  Romp met goede voorborst en voldoende borstdiepte, een rechte stevige rug;
  •  Staart tot de sprong, een correcte bezem;
  •  Compleet gebit, ogen bruin, oren correct aangezet;
  •  Donker masker, schedel in de juiste welving en met voldoende stop;
  •  Lippen goed gesloten en voldoende pigment;
  •  Schouderligging goed, voeten krachtig en gesloten;
  •  Achterhand: goede ligging van het bekken;
  •  Knie goed gehoekt, voeten gesloten;
  •  Gangwerk krachtig, voldoende stuwing, ruim uitgrijpend.